Column: happy birthday

Bijna vijftien jaar nadat de Boxster als productiemodel het levenslicht zag, maakte Porsche vorige week bekend dat zij inmiddels 300.000 stuks van deze roadster en het dichte broertje (de Cayman) heeft geproduceerd. Een fantastische mijlpaal voor een fantastische auto!
De Boxster was in 1993 tijdens de Autoshow van Detroit als conceptcar getoond aan het grote publiek. De reacties op deze feitelijke reïncarnatie van Porsche klassiekers als de 356 Speedster, 550 Spyder of de 718 RS60 waren zo laaiend enthousiast, dat Porsche vrijwel onmiddellijk besloot deze compacte sportwagen met een middenmotor in productie te nemen.
Toen ik in 1996 eindelijk de eerste foto’s van de productieversie van de Boxster voorbij zag komen, was ik direct onder de indruk. Prachtig gelijnd, mooi gebalanceerd. Enerzijds knipogen naar het verleden vanwege de grote, centrale uitlaat en de luchtroosters vóór de achterwielen, anderzijds – in tegenstelling tot de 924 c.s. – respect voor Porsche’s traditie van zescilinder boxermotoren en achterwielaandrijving. Maar het mooiste was nog het prijskaartje: zelfs als 16-jarige kon ik me indenken dat ik ‘m ooit op de oprijlaan zou parkeren.
Zo belangrijk als de Boxster was voor mij, was voor Porsche de Boxster nog veel belangrijker. Van de verouderd uitziende 928 en 968 was inmiddels afscheid genomen en dus bestond het modellengamma uit welgeteld één auto: de 911 (993). Dat was onvoldoende om een gezonde toekomst van het bedrijf te garanderen. Verkoopcijfers bleven ook nog eens achter bij de verwachtingen, dus geld voor de ontwikkeling van een nieuwe auto was er evenmin.
Porsche antwoordde echter met een meesterzet. Vele onderdelen van deze eerste generatie Boxster (986) werden gedeeld met de (gelijktijdig ontwikkelde) nieuwe 911 (996). Dat leverde Porsche niet alleen de broodnodige financiële besparingen op, maar garandeerde tevens dat de Boxster de uitstraling had van Porsche’s flagship model. Omdat de Boxster echter van meet af aan als open auto was ontwikkeld, was deze roadster een veel elegantere verschijning dan bijvoorbeeld de 911 cabrio. Geen wonder dat de Boxster tot 2003 (toen de Cayenne het levenslicht zag) de best verkopende Porsche was!
Inmiddels gaat de Boxster alweer vijftien jaar mee, een eeuwigheid in autoland. Ondanks een facelift in 2005 is de basisvorm waarvoor de Nederlander Harm Lagaay midden jaren ’90 tekende in stand gebleven. De uiterlijke gelijkenissen met de 911 (996/997) zijn weliswaar verminderd, maar in plaats daarvan is de Boxster tegenwoordig meer geïnspireerd door stijlkenmerken van Porsche’s supersportwagen Carrera GT, zeker aan de voorzijde.
Anno 2011 is de Boxster niet langer de verkoopknaller voor het merk uit Zuffenhausen, die het ooit was. Van de tweede generatie (987) rijden er ook beduidend minder rond dan van de eerste generatie, wat ‘m – wat mij betreft – een meer unieke en exclusieve uitstraling geeft dan de alom aanwezige 911. Mijn hart gaat daarom nog altijd sneller kloppen als er eentje voorbij komt gescheurd, zeker in de 3,4 liter S-versie. Hopelijk kan ik er snel eentje op de oprijlaan te parkeren…
Martin Woodward
Martin Woodward (30) is een groot Porsche-liefhebber, met een voorkeur voor (oude en nieuwe) Porsches met een middenmotor. Hij schrijft deze column louter op persoonlijke titel.
2 reacties op “Column: happy birthday”
Door Jan op jul 1, 2011 | Reply
Ja t’is inderdaad wel een kek wagentje. Jammer dat er zo’n dames boodschappenwagentjes imago aan kleeft. 8)
Door Martin op jul 1, 2011 | Reply
Wat ook weer onbegrijpelijk is, aangezien ik er nog nooit een vrouw in heb zien rijden. Die kiezen massaal voor de Cayenne, is mijn gevoel.