Een vader uit Pforzheim

Hoewel slechts weinig mensen uiteindelijk de gelukkige eigenaar zullen zijn van een echte Porsche, heeft iedereen wel iets met het merk. Ik kan gerust stellen dat het woord Porsche in de lijst staat van de eerste 100 woorden van het vocabulaire van een kind van 3 jaar. Een lekker éénlettergrepig woord en met een beetje fantasie kan je er zelfs een ‘onomatopee’ in zien; de klank van de uitspraak zegt iets over het onderwerp. In ons geval de klank van bandengeruis van een voorbijzoevende bolide: poooorschsssssssssss…een variatie op het thema van de klankweergave in tekst van voorbijrazende sportauto’s, zoals dat bijvoorbeeld veelvuldig wordt gebruikt in de stripverhalen van Michel Vaillant (“Vrooooaaaarrrr”)

Porsche ervaring
Ook mijn eerste Porsche-ervaring gaat terug naar de prille kindertijd. We spreken over de jaren-’70, de tijd dat er nog een spoorlijntje lag in het wegdek van de A2, tussen Abcoude en Breukelen, en dat ik achterin de Simca 1100 van mijn vader de wereld op en langs de snelweg aan me voorbij zag trekken. Het waren de gloriejaren van de Rijkspolitie met zijn beroemde politieporsches. Het kwam door Porsche dat er geen groter onderscheid kon bestaan tussen de brave wijkagent van de Gemeentepolitie op zijn dienstfiets enerzijds en de stoere mannen van de Rijkspolitie met witte jassen, helmen en stofbrillen in hun Porsches anderzijds. Het woord Rijkspolitie kon niet anders worden gevisualiseerd dan op de motorkap aan de achterkant van een politieporsche. Witte koets, oranje vlakken, zwarte letters, een groot cijfer op de voorkap en een paaltje met een blauw zwaailicht dat er bovenuit stak. Het kan geen toeval zijn dat de achteruitgang van het respect voor de politie samenhangt met het afschaffen van de Porsches bij de Rijkspolitie en de, vanaf die tijd, dwalingen in de keuzes van auto’s en naamswijzigingen..Mercedes 190, Volvo..en de zouteloze afkorting “KLPD”.

Mijn tastbare “My First Porsche” was een Matchbox miniatuur autootje, een zilvergrijze 911 met ‘taartschep-spoiler’ op de achterkant. Later kwam daar nog een goudkleurige 928, van de eerste serie, bij. Ik heb deze autootjes nog steeds. Onlangs heb ik ze officieel overgedragen aan mijn twee zoontjes en zij zetten de traditie en fantasie voort van het hebben van een vloot van wellicht onbereikbare droomauto’s. In hun wagenparkje rijden er ook al twee Cayennes rond tussen de Lego-huisjes, dus ook bij hen al een hoge mate van ‘Porsche-awareness’. De merken Matchbox en Siku zijn overigens steeds moeilijker te krijgen. In de schappen van de speelgoedwinkelketens worden ze helaas verdrongen door het geweld van Hot Wheels en inferieure Chinese merken. Het staat me trouwens bij dat het Duitse merk Siku nog nooit een 911 in het assortiment heeft gehad in die jaren, maar ik kan me vergissen. Ik weet wel dat ze een 928 in de collectie hadden met het opschrift “Notarzt”. Een noodarts met een Porsche, tuurlijk, dat vond je als kind heel normaal…hij moet toch snel bij de gewonden kunnen komen….en trouwens de Porsches, Mercedesen en BMW’s waren toch gratis voor iedere Duitser…

Hoe logisch, duidelijk en overzichtelijk ziet de wereld eruit door de ogen van een kind…
We gingen in de jaren ‘ 70 en ’80 in de zomer vaak naar Oostenrijk op vakantie. Als kind krijg je dan al vroeg het ‘Autobahn-gevoel’ mee: natuurlijk de ongelimiteerde snelheid, maar ook de Raststättes, de Talbrücken en woorden als Autobahnkreuz, Ausfahrt, Sauerlandroute, Stau en Baustelle. Op de achterbank volgden we de route en probeerden we de plaatsnamen op de borden te lezen. Tussen Karlsruhe en Stuttgart, langs de A8, zagen we de naam Pforzheim voorbij komen. In een kinderhoofd wordt dan al gauw het ‘logische’ verband gelegd: Pforzheim + Autobahn = Porsche…en wordt dus Porschheim…Iedere inwoner van Pforzheim zou gewoon een Porsche moeten kopen om de wonderlijke associaties en stereotiepen in de kinderhoofdjes kloppend te maken. En zeg nou zelf; dat wil toch elke vader in Pforzheim ? Pas heel veel later kwam ik er achter dat de bakermat van Porsche, Zuffenhausen, niet eens zo heel ver van Pforzheim ligt. Het moest trouwens verboden worden aan elke Beier (en eigenlijk ook aan alle Duitsers) om iets anders te aan te schaffen dan een Duitse auto. Zoveel topmerken in een straal van een paar honderd kilometer; opvallend is die concentratie in Zuid-Duitsland: Porsche (Zuffenhausen), Daimler-Benz (Stuttgart), Audi (Ingolstadt), BMW (München). Ik heb überhaupt nooit de combinatie begrepen van een Renault of een Fiat met een Duits kenteken; het klopt gewoon niet. Horst “Derrick” Tappert in een Citroën DS, ondenkbaar !

Pforzheim-gevoel
Wat is er na ruim dertig jaar nog over van het Pforzheim-gevoel ? Zeker, ik ben nu in de gelegenheid om zelf de keuze te kunnen maken om in de auto te stappen en de Duitse Autobahn op te gaan zoeken. Maar ik ben sinds het moment dat de Rijkspolitie van zijn voetstuk is gevallen wel wat illusies kwijtgeraakt: zo ben ik maar geen Notartz geworden omdat ik nu weet dat het leukste gedeelte van de job, het rondrijden in een 928, slechts bijzaak is. Ook ben ik er in de loop van de jaren achtergekomen dat ook de Duitsers zelf diep in de buidel moeten tasten voor een mooie auto en dat Pforzheim een gewoon stadje is waar mensen ook in Mazda’s rijden…
Hoewel ik op dit moment de middelen heb om me een oude 911 aan te schaffen, is de kans klein dat ik het ook daadwerkelijk ga doen. Een sportwagen is niet praktisch met een jong gezin en verder zijn daar de hoge kosten aan brandstof, onderdelen en onderhoud, en meer van dat soort burgermansbezwaren. Maar uiteraard heb ik wel een Duitse auto: ik houd me staande met de gedachte dat mijn Volkswagen Golf IV Variant TDI een verre genetische verwantschap heeft met Porsche. Ik heb in ieder geval een turbo en de voorvader van de Golf, de Kever, had ook de motor achterin.
Maar het is eigenlijk veel erger dan het lijkt…Hoewel ik de Porsche 911 een prachtige auto vind, zal ik hem waarschijnlijk nooit waardig zijn. Ik ben namelijk een echte dieselrijder ! Ik ontbeer het karakter en temperament om in een hoogtoerige sportwagen de grenzen op te zoeken van de Autobahn. Onlangs nog reed ik met mijn gezin naar de kerstmarkt te Dortmund en bleef ik gewoon rustig 110 rijden op de cruisecontrol terwijl er geen snelheidslimiet was. Ik kreeg er zelfs opmerkingen over vanaf de achterbank. Ik hoorde mezelf de wijze en verantwoorde dingen zeggen zoals “Papa wil graag zuinig rijden en bovendien schiet je er weinig mee op als je hard rijdt”. Toch is de kans op een Porsche niet helemaal verkeken; over een paar jaar heeft de Cayenne-diesel zijn young-timer status bereikt en kan ik hem voordelig privé gaan rijden. Op langere termijn komt ook een tweedehands Panamera-diesel in mijn financieel bereik en tegen die tijd heb ik ook geen grote achterbak meer nodig voor de kinderbagage. De enige kans nog op een volbloed sportwagen is als de midlife-crisis volledig in mijn bol schiet en ik uit de band ga springen: in plaats van een Harley Davidson wordt het dan toch een Porsche 911.

Intussen tuf ik dieselend en tevreden in mijn Golfje Variant over de rechterbaan langs Pforzheim, op weg met mijn gezin naar Oostenrijk, terwijl mijn kinderen op de achterbank de tijd doorkomen met het turven van voorbijrazende Porsches, BMW’s en Mercedesen en dromen over later…

Bart van den Berg (41), freelance IT-er en Tekstschrijver is liefhebber van alle autos zolang ze maar in Duitsland zijn gemaakt. Hij droomt van het onverenigbare: een volbloed Duitse sportwagen met dieselmotor. Hij heeft dan maar zijn zinnen gezet op een youngtimer Panamera-D, in de verre toekomst als de kinderen het huis uit zijn.



  1. 2 reacties op “Een vader uit Pforzheim”

  2. Door Jan op jan 2, 2012 | Reply

    Leuke tekst! Ik herken me hier wel in als papa van drie zonen, ik giet Porsche er met de paplepel in, en… bij mij staat er over negen jaar een Porsche in de garage… 100% zeker!

  3. Door Traveller69 op jan 6, 2012 | Reply

    Leuk verhaal. Wel naar Duitsland op vakantie geweest en Porsches gespot op de Autobahn. Alleen durfde mijn vader met zijn Opel Kadet City niet zo hard te rijden.

    Inmiddels mijn lief en haar dochter al zover getraind dat ze me waarschuwen als ze een Porsche voorbij zien rijden.

    Nog een paar jaar, dan heb ik hopelijk ook een garage om m’n 911SC in te kunnen parkeren (of liever nog, eruit te halen voor een leuk ritje).

Je moet ingelogd zijn Ingelogd om een reactie te plaatsen.